150 jaar Hoedenzaak H.Witting & Zn

Sietze en Arnold Bakker H.Witting & Zn

Groningen heeft de oudste hoedenwinkel van het land en die bestaat 150 jaar. ‘Wij zijn authentiek, niet ouderwets’

Het begon in 1876 als pettenfabriek en nog altijd vliegen de hoofddeksels hier over de toonbank. De broers Sietze en Arnold Bakker staan aan het roer van hoedenspeciaalzaak H. Witting en Zoon, die dit jaar 150 jaar bestaat.

Twee jonge mannen met beiden een pet op stappen de winkel in de Oosterstraat binnen. „Ik heb mijn vriend maar even meegenomen”, zegt één van hen. „Hij was hier nog nooit geweest.”

„Kijk eens”, zegt de man achter de balie. Het is mede-eigenaar Sietze Bakker (58) van de hoedenspeciaalzaak. „Ontspan je maar. Pas deze pet maar even op, dit is meteen de juiste maat.”

De groene pet landt op het hoofd van de klant. „Ja, dit is de juiste maat”, zegt de man verbaasd.

Sietze, lachend: „Ja, dat zeg ik toch, zo doen we dat hier.”

Gratis schedelanalyse

Zo doen ze dat hier. Sietze en zijn twee jaar jongere broer Arnold, de twee eigenaren van H. Witting en Zoon, geven iedere klant uitgebreid hoedenadvies, nadat ze eerst met samengeknepen ogen een schedelanalyse uitvoeren. Met plezier trekken ze vervolgens het ene na het andere hoofddeksel uit de stellingkasten achter de balie vandaan en zeggen dan dingen als:
„Deze is gemaakt van echt zuiver scheerwol.” Of: „Dit is een echte Engelse flatcap . ”

De twee broers namen Hoedenzaak Witting en Zoon zo’n 29 jaar geleden over van hun ouders. De speciaalzaak bestaat dit jaar 150 jaar en is daarmee de oudste hoedenwinkel van Nederland. „Daar zijn we super trots op, dat kun je toch wel zien?”, zegt Sietze. „Dit is uniek.”

Pettenfabriek

In 1876 begonnen de heer H. Witting en zijn zoon Albertus met een hoeden – en pettenfabriek aan de Oosterstraat. In de hoogtijdagen liep er elf man personeel rond in de zaak, weet Arnold te vertellen.
Na het overlijden van Albertus en bij gebrek aan opvolgers namen ondernemers van buiten de familie de zaak over. Die groeide uit tot een hoedenspeciaalzaak en is sinds 70 jaar in handen van de familie Bakker. Die behield de oorspronkelijke naam en meer dan die naam: wie vandaag de dag de winkel binnenstapt, proeft nog steeds de sfeer van toen.

De grote kassa uit 1914, die destijds bijna 800 gulden kostte, rinkelt nog altijd. Glazen lampen uit vroeger tijden verlichten de houten toonbank uit hetzelfde jaar als de kassa. De houten stellingkasten uit die tijd, speciaal ingericht voor het etaleren van hoofddeksels in zoveel mogelijk maten, doen nog steeds dienst.

‘Geen oude meuk’

Die grote voorraad van verschillende maten is volgens de broers de kracht van de winkel. Want een hoed koop je niet via internet, zeggen ze. „Een hoed moet je gewoon passen. Geen gezicht is hetzelfde.”

De collectie bestaat uit klassiekers, zoals de panamahoed („Goed tegen de zon.’’), het Peaky Blinders-petje („Al meer dan honderd jaar in het assortiment.’’) en de Amerikaanse truckerscaps met gaas aan de achterkant („Niet te verwarren met de pet.’’). Maar ook hippe modellen zijn vertegenwoordigd, zoals de pet („Doet het goed onder studenten.’’) en de cowboyhoed („Helemaal terug van weggeweest.’’).

„We weten wel wat hip is, hoor. We verkopen geen oude meuk”, zegt Arnold. „We zijn authentiek, niet ouderwets.”

Sietze: „Er is altijd een passende hoed of pet.”
Toonbankwinkel

Nog altijd komen klanten volgens de heren vanuit het hele land naar de winkel speciaal voor een passend model. „We zijn een toonbankwinkel”, legt Sietze uit. „Hier word je nog geholpen.”

De kneepjes van het vak leerden ze van hun vader: Arnold senior. Dát was pas een hoedenman. „Een man in nette jas stapte eens de winkel binnen. Hij wilde een corduroy hoedje, maar die verkocht onze vader niet. Zo’n raar hoedje bij zo’n nette jas, dat wilde hij niet op zijn geweten hebben”, herinnert Arnold zich. „Hij was direct en zo zijn wij ook. Misschien soms iets te.”

In de hoek van de winkel staat een foto ter ere van hun vader. Hij overleed drie jaar geleden en was tot een week voor zijn dood nog in de winkel te vinden. Met hoed en al ging hij de kist in. Hij werd 93 jaar.
Nog even door

De broers zijn net als hij van plan om het nog jaren vol te houden. „De verandering van stofjes en modellen houdt het leuk”, legt Sietze uit.